BRAND VAN DE KERKTOREN IN 1730
Londerzeel, 1730-07-15

Er zijn geen bijzonderheden bekend over de brand die in het jaar 1730 de kerktoren vernielde. De toren werd wel degelijk verwoest en deze gebeurtenis komt tot uiting in de rekeningen van meier Adriaan Verhavert. Hij presenteerde in de loop van dat jaar aan de schepenbank enkele onkostennota’s voor verplaatsingen die hij gedaan had met het oog op het inzamelen van fondsen voor de restauratie van de toren.

Zo reed hij te paard naar de abdij van Affligem om bij de provoost hulp te vragen. Daarna trok hij naar het Aartsbisdom in Mechelen teneinde een financiële bijdrage van de Aartsbisschop te bekomen.

Hoe de abdij van Affligem reageerde wordt in de afrekening van de meier niet vermeld. De afwijzing van zijn verzoek door de Aartsbisschop heeft hij wel kort en klaar weergegeven.

Tenslotte reed hij naar Brussel om bij een advocaat advies te vragen over deze zaak en te vernemen welke instantie voor de heropbouw zou moeten bijdragen. Hierna volgt een gedeelte van de onkostenstaat van meier Verhavert dat betrekking heeft op zijn inspanningen voor de nieuwe toren.

Specificatie voor mij meijer deser prochie van Londersele ende tot laste vande voorscreven prochie van dinsten ende vacatien voorde selve gedaen [...]

Item opden 15 Julij 1730 ten versoecke vanden heer pastoor ende schepenen naer Affelgem gevasseert beneffens Jan Baptist Robberechts om den proft [prost, provoost] te sprecken ende aldaer te insireren [“insinuer”] ende kenbaer te macken het ongeluck vanden brandt vanden thoren ende om den selven heerop te bauwen. Compt daer voor 4 Rijnsgulden.

Item opden 20en Julij ten versoecke vanden heer pastoor ende schepenen naer Mechelen gevasseert om aen sijne Eminentie te insireren ende kenbaer te macken het ongeluck van brandt van onsen thooren binnen Londerseel ende oft sijne Eminentie als thi[e]ndeheffer den voorscreven thooren wilde laeten opmaecken ofte daer toe contribuweren, ende heeft den Intendent aen mij voor antwoort gegeven van nee. Compt 4 Rijnsgulden. [...]

Item opden 11 Agustus 1730 naer Brussel gewest om een advies bij den advocaet te vraegen wie dat saude gehauden sijn van onsen thoorn op te bauwen. Compt bij acort 1 Rijnsgulden, 15 stuijvers. Voor het advies betalt 14 stuijvers [...]

* * *
Pastoor Christoffel Van Lier, meier Peeter De Gouij en schepen Matthijs Goossen ondertekenden namens de kerk en de armenzorg van Londerzeel op 7 september 1627 een schuldverbintenis van 600 Rijnsgulden die door Andries Van Lier en zijn vrouw Katelijne Van Malder ter beschikking gesteld waren en die “... geemployeert sijn tot het opmaecken vanden nijeuwen thoren deser prochie”. De jaarlijkse interest bedroeg 37 Rijnsgulden en 10 stuivers en moest op 1 september betaald worden. Maar op 14 december 1637 was de gehele som reeds afbetaald. Op dat ogenblik was Gaspar Buyens pastoor.

Ook werd voor de “nieuwe toren” op 14 maart 1628 een som van 600 Rijnsgulden geleend bij Maria Goossens uit Antwerpen. Deze lening was afgelost op 8 juli 1634.

De meier, schepenen, kerkmeesters en de pastoor onderschreven hiervoor in eigen naam en mede namens al de inwoners een verzoek aan de Aartsbisschop teneinde de kerkelijke goederen en de bezittingen van de Heilige Geest of Armentafel als onderpand te mogen verbinden voor de lening van in totaal 1200 Rijnsgulden. Dit geld was dringend nodig om er een afbetaling mee te doen van de kosten voor het bouwen van de kerktoren. De gemaakte kosten vormden een openstaande schuld en de lening zou hiervan in mindering gebracht worden

“... tot vervallinghe ende betaelen van hetgene binnen desen jaere vervallen ende commen sal te costen, het opmaecken vanden thoren deser kercke, alles in minderinghe van het gene den selven heeft commen te costen ...”.

Er mag aangenomen worden dat de toren die in 1730 afgebrand was omstreeks 1628 gebouwd werd.
* * *

Memorie

Bron: (Algemeen Rijksarchief Brussel - Schepengriffie nrs. 5203 - 5223 - 5224 - 5225)
De Kroniek van Londerzeel - Marcel Slachmuylders - Geschied- en Heemkundige Kring van Londerzeel v.z.w. - D/1998/8302/1