DE EED VAN JAN, GRAAF VAN NASSAU
Londerzeel, 1626-12-09

Op 9 december 1626 nam Johan, graaf van Nassau, zijn land en baronie van Grimbergen, hem nagelaten door wijlen vorst Philips Willem, bij de gratie Gods Prins van Oranje, officieel in bezit. Hij nam ... mits desen de reele ende effectuele possessie vanden lande ende baenderije van Grimberghen ... Met de hand op het Evangelieboek legde hij de volgende eed af : Wij, Johan Grave van Nassau [...] geloven ende sweren dat wij onse goede luijden ende innegesetenen van onsen lande ende baenderije van Grimbergen goede ende getrouwe heeren sullen sijn ende geen cracht oft wille aen hun doen [geweld of willekeur] baeren oft gedoogen te geschieden in eeniger manieren, ende dat wij die buijten vonnissen niet handelen en sullen noch laeten handelen, maer alle onse voorschreven goede lieden ende ingesetenen handelen ende doen handelen in allen saecken met vonnisse ende met rechte, naer den rechten privilegien ende costumen vander bancken daer van sijnde, daer dat behooren ende schuldigh wesen sal te geschieden, t recht van Meijsseniedelieden te bewaeren, belovende tot dijen te hebben ende te houden nu ende altoos den Goidtshuijse [abdij] vanden voorschreven lande en baenderije in mijne protextie ende sauvegarde. Alsoo moet ons Godt helpen ende alle sijne heijligen.

Bron: (Algemeen Rijksarchief Brussel - Schepengriffie nr. 5176)
De Kroniek van Londerzeel - Marcel Slachmuylders - Geschied- en Heemkundige Kring van Londerzeel v.z.w. - D/1998/8302/1